Ontwikkelingen kindgebondenbudget en kinderalimentatie

14-09-2015

Het kindgebonden budget moet bijgeteld worden bij het eigen inkomen van de ouder die het kindgebonden budget ontvangt. Oftewel, bij de draagkracht van deze ouder. Dat is de conclusie van de advocaat-generaal (A-G), die vandaag bekend is geworden. Ouders, advocaten en scheidingsmediators wachten sinds enige tijd in spanning op antwoorden van de Hoge Raad op vragen over alimentatienormen op gebied van kinderalimentatie. De conclusie van de advocaat-generaal is een advies aan de Hoge Raad. De Hoge Raad volgt dit advies, of wijkt ervan af als hij een andere mening heeft.

Wat was de voorgeschiedenis?
Per 1 januari 2015 werd de zogenoemde alleenstaande-ouderkorting afgeschaft, een fiscaal voordeel voor ouders die alleenstaand waren. Bij de berekening van kinderalimentatie werd dit fiscaal voordeel aangemerkt als “inkomen” en via die weg werd deze teruggave omgezet in de berekening van de kinderalimentatie. Toen de alleenstaande ouderkorting werd afgeschaft, werd tegelijkertijd het kindgebonden budget van alleenstaande ouders verhoogd met de alleenstaande-ouderkop van maximaal € 254,- per maand. Dit was nieuw en het was de vraag hoe hiermee om te gaan bij de becijfering van kinderalimentatie.

Kinderalimentatie vaak verlaagd
Bij de berekening van kinderalimentatie moest volgens de landelijke Expertgroep Alimentatienormen per 1 januari 2015 deze alleenstaande-ouderkop op een zodanige wijze worden verwerkt in de berekening dat dit kindgebonden budget in mindering kwam op de zogenoemde behoefte van de kinderen. Deze toeslag werd gezien als bijdrage in de kosten van het kind en niet als inkomen aan de zijde van de ouder bij wie het kind staat ingeschreven. Dat heeft tot gevolg gehad dat sinds 1 januari 2015 de kinderalimentatie in veel gevallen door de rechter aanzienlijk is verlaagd of zelfs op nihil gesteld.

Prejudiciële vragen
Omdat op deze manier van het berekenen van kinderalimentatie veel kritiek kwam, heeft het Gerechtshof Den Haag hierover vragen gesteld aan de Hoge Raad, de zogeheten “prejudiciële vragen”. Ook de vFAS heeft in deze uitzonderlijke procedure aan de Hoge Raad kenbaar gemaakt hoe de familierechtadvocatuur in Nederland aankijkt tegen deze problematiek. Het is gebruikelijk dat nadat alle stukken zijn gewisseld de Advocaat-Generaal bij de Hoge Raad de kwestie goed bestudeert en aan de Hoge Raad advies uitbrengt hoe volgens hem de vragen moeten worden beantwoord. Dat advies (conclusie genoemd) is nu bekend.

Conclusie advocaat-generaal
De A-G trekt de conclusie dat het hele kindgebonden budget, waaronder ook de alleenstaande-ouderkop, niet moet worden afgetrokken van de kosten van de kinderen (dus niet van 'de behoefte'). Zo concludeert de A-G: "Het kindgebonden budget en de alleenstaande ouderkop zijn bovendien in de eerste plaats inkomensondersteunende maatregelen, met name voor de huishoudens met lagere inkomens. De alleenstaande ouderkop is onderdeel van het kindgebonden budget en heeft dezelfde strekking. Het is zeker niet de primaire bedoeling geweest dat deze maatregelen gebruikt worden om de kosten van verzorging en opvoeding per individueel kind te ondersteunen. De bijdragen komen toe aan de ouder." Volgens de A-G moet het kindgebonden budget bijgeteld worden bij het eigen inkomen van de ouder die het kindgebonden budget ontvangt, dus bij de draagkracht van deze ouder.

Bijdragen opnieuw berekenen?
De Hoge Raad maakt een eigen afweging en hoeft het advies van de A-G niet op te volgen bij de beantwoording van de prejudiciële vragen. Het is nu afwachten wat de Hoge Raad zal doen. Nu de Hoge Raad nog niet heeft gesproken, zal de richtlijn voorlopig nog worden gehandhaafd. Dit kan anders worden als de Hoge Raad de conclusie van de A-G volgt. Dit kan dan tot gevolg hebben dat alle vanaf 1 januari 2013 vastgestelde bijdragen opnieuw berekend moeten worden.

Website DE BESTE MANIER VAN SCHEIDEN ONLINE

10-09-2015

Op Dag van de Scheiding 11 september 2015

ZWOLLE / MEPPEL – Vrijdag 11 september 2015 is de dag van de scheiding. Deze dag is door de Vereniging van Familierechtadvocaten Advocaten Scheidingsmediators (vFAS) in het leven geroepen om aandacht te vragen voor het onderwerp ‘scheiden’ en het grote belang van goede en deskundige begeleiding daarbij. Het doel van deze dag:  het verbeteren van het proces van scheiden. Gebleken is dat dit kan door het overleg te zoeken met elkaar. Vier advocaten in de regio Noord-Oost Nederland hebben hun krachten gebundeld om deze wijze van scheiden in overleg onder de aandacht te brengen: “De beste manier van scheiden.”

Ieder jaar scheiden er meer dan 30.000 stellen. Hoewel een deel van deze stellen hun scheiding op een goede manier regelen met aandacht voor elkaars belangen en die van hun kinderen, is het helaas ook zo dat een aanzienlijk deel geen overleg met elkaar zoeken. In veel van die laatste gevallen gaat het om een vechtscheiding, waarvan naast de partners de kinderen de dupe zijn. Een vechtscheiding kost veel tijd en geld en daarnaast kost het veel negatieve energie.

Kirsty Selcraig, Irma Thoenes–van der Veen, Rita Kersten en Ruth Olie-Hallmans zijn allemaal ervaren advocaten en mediators op het gebied van familierecht en zij zijn allemaal lid van de vFAS. Deze vier advocaten maken zich hard voor een nieuwe manier van scheiden: ‘Overlegscheiden’. In een overlegscheiding wordt samengewerkt in teamverband, tussen de (ex-)partners, hun advocaten, een coach en daar waar nodig andere deskundigen, zoals een financieel deskundige of een kinderdeskundige. De coach is aanwezig om het emotionele proces, wat een scheiding is, te begeleiden. Het team sluit een overeenkomst met elkaar, waarin bindend wordt afgesproken om het hele scheidingsproces zonder tussenkomst van een rechter af te wikkelen. Ook de advocaten committeren zich hieraan wat betekent dat er geen sprake is van dubbele agenda’s. Dit waarborgt transparantie en respect en voorkomt strijd. Een overlegscheiding is feitelijk een combinatie van de voordelen van verschillende manieren van scheiden; een mediation met ieder een eigen deskundige advocaat. In deze setting kunnen partijen op een veilige manier tot duurzame afspraken komen, die standhouden nu partijen zijn blijven praten met elkaar.

Op 11 september a.s. is de dag van de scheiding. Op die dag lanceren Kirsty, Irma, Rita en Ruth hun nieuwe website: www.debestemaniervanscheiden.nl.Geïnteresseerden kunnen vanaf die dag de site bezoeken, en contact opnemen voor meer informatie over de overlegscheiding.

 

Wetsvoorstel beperking duur partneralimentatie

21-06-2015

Op grond van de huidige wetgeving kan in geval van scheiding een alimentatiegerechtigde ex-echtgenoot aanspraak maken op een onderhoudsbijdrage in zijn/haar levensonderhoud gedurende maximaal 12 jaar na echtscheiding.

Deze wettelijke alimentatieregeling is de afgelopen jaren niet onbesproken gebleven. In de praktijk wordt vaak de vraag gesteld of de wettelijke alimentatieduur op korte termijn gewijzigd zal gaan worden.

Niet alleen in de rechtspraktijk wordt deze regeling al langere tijd achterhaald gevonden. Ook een Kamermeerderheid van VVD, PvdA en D66 vindt dit systeem achterhaald.

Alimentatie zou meer een vangnet moeten worden waardoor terugkeer naar de arbeidsmarkt wordt gestimuleerd, aldus VVD-Kamerlid Van Oosten. Op vrijdag 19 juni jl. hebben de partijen een wetsvoorstel naar de Raad van State gestuurd. Daarin staat onder meer opgenomen dat de duur van de partneralimentatie wordt ingekort naar de helft van het aantal jaren dat de partners getrouwd zijn geweest. Hierbij wordt een maximum aantal van vijf jaar gehanteerd. Bovendien hoeft er geen partneralimentatie te worden afgedragen als het huwelijk korter heeft geduurd dan 3 jaar en gaat het totaalbedrag aan alimentatie omlaag. Inflatie heeft geen invloed meer op de hoogte van het alimentatiebedrag. Ook het krijgen van een nieuwe partner heeft geen invloed op de duur van de alimentatie.

In enkele gevallen kan de partneralimentatie toch worden verlengd. In het wetsvoorstel zijn een aantal uitzonderingen opgenomen:

  • In geval van een huwelijk dat langer heeft geduurd dan 15 jaar en waarbij de alimentatieontvanger binnen nu en 10 jaar de AOW-leeftijd bereikt. De alimentatieduur kan dan worden verlengd tot maximaal 10 jaar;
  • In geval van jonge kinderen behoudt een ex-partner het recht op partneralimentatie totdat het jongste kind de leeftijd van 12 jaar bereikt.

De partijen verwachten dat het nieuwe wetsvoorstel over een jaar van kracht gaat.