Gelijkwaardige verdeling zorgtaken

Op 1 maart 2009 is de Wet Bevordering voortgezet ouderschap en zorgvuldige scheiding in werking getreden. Sindsdien geldt dat een kind over wie ouders gezamenlijk het gezag uitoefenen, na een scheiding recht heeft op een gelijkwaardige verzorging en opvoeding door beide ouders.

Wet Bevordering

Sinds de inwerkingtreding is er met regelmaat bepleit dat beide ouders eenvoudig het recht hebben om gedurende de helft van de tijd voor de kinderen te zorgen.

Uit de wetsgeschiedenis blijkt echter dat gelijkwaardig ouderschap zoals vervat in artikel 1:247, lid 4, BW niet moet worden uitgelegd als een 50%-50% verdeling van de tijd die het kind bij elke ouder doorbrengt. De Hoge Raad heeft dit nog eens bevestigd in zijn uitspraak van 21 mei 2010 (LJN: BL7407). Het arrest is gepubliceerd op de site www.rechtspraak.nl.

Onlangs heeft het Hof ’s-Hertogenbosch in afwijking van het arrest van de Hoge Raad beslist (LJN: BV6414) dat een 50% – 50% verdeling van de zorg en opvoedingstaken in de voorgelegde casus wel wenselijk was.

In de echtscheidingsbeschikking van partijen was een omgangsregeling opgenomen tussen vader en zoon van 26 weekenden per jaar en alle woensdagen, inclusief de nacht van woensdag op donderdag. In overleg was deze regeling al eens gewijzigd. De vader wilde opnieuw wijziging en diende daartoe een verzoek in. Hij vroeg om een gelijke verdeling van de zorg- en opvoedingstaken: de zoon de ene week bij hem, de andere week bij de moeder.

Gelijkwaardig ouderschap

Het gerechtshof stelde in zijn uitspraak voorop dat het gelijkwaardig ouderschap zoals vervat in artikel 1:247 lid 4 BW niet moet worden uitgelegd als een 50%-50% verdeling van de tijd die het kind bij elke ouder doorbrengt. Maar het hof vond zo’n verdeling in dit geval wel wenselijk, omdat niet was gebleken van enige ‘contra-indicatie’ aan de zijde van het kind of de vader.

Het Hof nam mee in haar overwegingen dat de zoon van partijen goed gedijde bij vader én moeder. Het hof betrok verder in zijn oordeel dat het werk van de vader het toeliet om volledig beschikbaar te zijn voor het kind en dat partijen zeer dicht bij elkaar wonen, waardoor de sociale omgeving van het kind met een wijziging van de zorgregeling nauwelijks zou worden aangetast. Dat de communicatie tussen partijen niet optimaal was, deed aan het oordeel van het hof niet af. De ouders communiceerden wel per e-mail en bij overdrachtsmomenten. Gelet op deze omstandigheden stelde het hof een zogenoemde ‘week-op-week-af-regeling’ vast.

Deze uitspraak geeft een nieuwe mogelijkheid om te blijven pleiten in en buiten de rechtszaal voor goede verdeling van de zorgtaken na een scheiding. Indien er geen contra-indicaties zijn voor een uitgebreide zorgregeling biedt dit arrest handvatten om toe te werken naar een juiste verdeling in het belang van het kind.

Voor vragen kunt u altijd contact opnemen