Ouderlijk gezag

Een minderjarig kind staat onder gezag. Dit gezag is of het ouderlijk gezag of voogdij. Voogdij is niet hetzelfde als ouderlijk gezag. Bij voogdij wordt het ouderlijk gezag door een ander dan een ouder van het kind.

Gezag minderjarig kind

Het ouderlijk gezag bevat voor iedere ouder een plicht en een recht om het minderjarige kind te verzorgen en op te voeden. In de wet is deze plicht nader omschreven in artikel 1: 247 BW. .

Er wordt onder verstaan:

In 2009 is artikel 1:247 BW aangevuld met de leden 3 tot en met 5. Deze aanvulling is het gevolg geweest van de invoering van de Wet bevordering voortgezet ouderschap en zorgvuldige scheiding. Het ouderlijk gezag is in lid 3 uitgebreid met de plicht om ontwikkeling van de banden van zijn kind met de andere ouder te bevorderen.

Als ouder mag je naar eigen inzicht de opvoeding van je kind verrichten. Bij het opvoeden is er één uitgangspunt: er moet in het belang van het kind gehandeld.

De wetgever heeft in de wet heel helder omschreven wanneer er in strijd met het ouderlijk gezag wordt gehandeld: ouders mogen in de verzorging en opvoeding van het kind geen geestelijk of lichamelijk geweld of enige andere vernederende behandeling toepassen.

Een ouder gezag of gezamenlijk ouderlijk gezag

Het ouderlijk gezag oefen je als moeder alleen uit (het eenoudergezag) of met de andere ouder (het gezamenlijk ouderlijk gezag).

Het moederschap brengt van rechtswege met zich mee dat de moeder als ouder van het kind het ouderlijk gezag uitoefent.

Er is van rechtswege sprake van een gezamenlijk ouderlijk gezag bij de geboorte van een kind als het kind is geboren tijdens het huwelijk van de ouders of tijdens het geregistreerd partnerschap van de ouders. Er geldt wel een voorwaarde het kind moet niet al zijn erkend door een andere man.

Is er sprake van samenwoning (ongehuwd en geen geregistreerd partnerschap) dan staat het kind van rechtswege onder het gezag van alleen de moeder. Is de moeder vervolgens alsnog getrouwd met de andere ouder dan is er alsnog sprake van een gezamenlijk ouderlijk gezag. Hierbij moet wel een kanttekening worden gemaakt: er ontstaat geen gezamenlijk ouderlijk gezag als er sprake is van een andere juridische ouder buiten deze relatie (wederom erkenning door een andere man).

Is er geen sprake geweest van een huwelijk of een geregistreerd partnerschap en is het bovendien nimmer samen het gezag over het desbetreffende kind uitgeoefend dan is het mogelijk om alsnog samen het gezag over een kind uitoefenen. Bij de griffier van de Rechtbank moet het formulier ” verzoek tot het gezamenlijk uitoefenen van het gezag over de minderjarige” worden ingeleverd. Dit formulier is te downloaden op de site www.rechtspraak.nl. Het formulier kan bij iedere rechtbank in Nederland worden ingediend.

Het gezamenlijk ouderlijk gezag na beëindiging van de relatie

Ook na beëindiging van de relatie door scheiding blijft het uitgangspunt het gezamenlijk uitoefenen van het gezag. Dit geldt na echtscheiding, na beëindiging van een geregistreerd partnerschap en na beëindiging van een affectieve relatie.

Slechts op verzoek (door een van de ouders of door beide ouders) kan de rechter na ontbinding van een huwelijk bepalen dat het gezag over het kind aan een ouder toekomt.

Het eenhoofdig ouderlijk gezag na echtscheiding is een uitzondering. In principe hoort het gezamenlijk ouderlijk gezag gewoon door te lopen. Uiteraard zijn er situaties waarin het desondanks noodzakelijk is dat slechts een van de ouders het gezag gaat uitoefenen. Hiervoor moeten wel worden voldaan aan de navolgende criteria:

1. Er moet een verzoekschrift bij de rechtbank worden ingediend en

2. de rechter moet tot het oordeel komen dat er bij handhaving van het gezamenlijk ouderlijk gezag een onaanvaardbaar risico voor het kind is dat het klem of verloren zal raken en niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare termijn verbetering komt (dit wordt het klem of verloren raken criterium genoemd). Of de rechter moet van mening zijn dat het in het belang van het kind noodzakelijk is dat een van de ouders het gezag krijgt.

Uit de jurisprudentie blijkt al jarenlang dat het niet goed met elkaar communiceren in de periode na beëindiging van de relatie op zichzelf nog geen goede reden is om in het belang van het kind het gezag aan een van beide ouders toe te kennen. Maar als deze slechte of ontbrekende communicatie blijft voortduren of als zich een andere ernstige omstandigheid voordoet (denk bijvoorbeeld aan kindermishandeling) dan kan de rechter wel dit gezag aan een van de ouders opdragen. Ook blijkt uit jurisprudentie dat er sprake kan zijn van spanningen binnen het gezin waar het kind verblijft die met zich meebrengen dat het belang van het kind er toch toe noodzaakt om het gezag van een van de ouders op te dragen.

kussens kantoor irma thoenes
De Call to action van je blog