Participatie van het kind bij het ouderschapsplan

Daadwerkelijk betrekken van kinderen bij het maken van een ouderschapsplan

Opstellen van het ouderschapsplan

Bij problematische scheidingen is deelname van de kinderen aan het opstellen van het verplichte ouderschapsplan onvoldoende geborgd. Dat concludeert Veronica Smits in het proefschrift dat ze op maandag 30 maart verdedigde aan Tilburg University. Ze deed onder meer de aanbeveling om, met het oog op het belang van het kind, de inbreng van een gedragsdeskundige bij het scheidingsproces te vergroten.

Sinds maart 2009 moeten ouders die scheiden hun kinderen betrekken bij de afspraken in het verplichte ouderschapsplan over de gevolgen van de scheiding. Zij zullen aan de rechtbank kenbaar moeten maken op welke manier de kinderen bij het ouderschapsplan zijn betrokken. Dat betekent in feite dat kinderen een recht op participatie in het ouderschapsplan hebben. De wetgever heeft echter verzuimd aan te geven hoe dat recht moeten worden ingevuld.

Smits onderzocht zowel de wet- en regelgeving rond de deelname van kinderen in het scheidingsproces, als de huidige praktijk van de betrokken professionals zoals de advocaat-mediator, de gedragsdeskundige-mediator en de rechter. Daarbij signaleerde zij een spanningsveld tussen participatie van het kind aan de ene kant en bescherming van het kind tegen mogelijke negatieve invloeden daarvan aan de andere kant.

Participatie van het kind zal in de visie van Smits het uitgangspunt moeten zijn. Dat houdt in dat steeds wanneer de belangen van het kind aan de orde zijn, gezocht moet worden naar op het kind afgestemde mogelijkheden om deel te nemen. Respect voor de mening van kinderen, zorg voor hun kwetsbare positie en zorg voor hun belangen zouden daarbij centraal moeten staan. De Nederlandse wetgeving op dit punt moet volgens Smits beter in overeenstemming worden gebracht met internationale verdragen en regelingen.

Participatie van een kind begeleiden

Om de participatie van een kind goed te begeleiden, is bij een conflictueuze scheiding de inbreng van een gedragsdeskundige zoals een psycholoog of een pedagoog, of een systeemtherapeut onmisbaar, aldus Smits. Het zoeken naar de balans tussen de gevoelens en mening van kinderen aan de ene kant en bescherming van hun belangen aan de andere, vraagt om professionele expertise. Smits pleit daarom voor verbetering van de positie van een gedragsdeskundige in het scheidingsproces. Zowel in de rol van begeleider tijdens het scheidingsproces, maar ook naast de rechter. Dat betekent tevens dat de juristen in het scheidingsproces en de gedragsdeskundige meer zullen moeten samenwerken.

Heroriëntatie van het ouderschap

Het proefschrift beschrijft terecht een zwakke plek in het rechtssysteem. Het ouderschapsplan wordt nog met grote regelmaat als een verplichting en hamerstuk gezien. Terwijl het juist de bedoeling is dat ouders bewust gaan werken aan een heroriëntatie van het ouderschap. Kinderen kunnen in hun ontwikkeling worden bedreigd door een scheiding. De tijdige bewustwording van deze bedreiging is van groot belang. Het daadwerkelijk laten participeren van het kind bij de tot standkoming van het ouderschapsplan verkleint de kans op een schadelijke ontwikkeling.

Het is zonder meer aan te bevelen om het proefschrift te lezen (en er naar te gaan handelen).  

kussens kantoor irma thoenes
Heeft u vragen?