Proceskostenveroordeling in familiezaken

In familiezaken wordt er met regelmaat door een van de partijen verzocht om de ander door de rechter te laten veroordelen in de proceskosten.

De Rechtbank in Den Bosch

Heeft onlangs in een familiezaak mevrouw veroordeeld in 3/4e deel van de proceskosten. Het lukte partijen niet om in onderling overleg goede afspraken te maken over de verdeling van de zorg en opvoedingstaken voor de kinderen. Partijen konden geen overeenstemming krijgen over het tijdstip waarop een contact moment eindigde: om 18.00 uur of om 19.00 uur.

De vrouw heeft zich dan ook genoodzaakt gezien een verzoek bij de rechtbank in te dienen, nu er zonder rechterlijke tussenkomst niet tot een gewijzigde invulling van de zorgregeling kon worden gekomen. Zij had hieraan voorafgaand meerdere malen met de man tevergeefs getracht in onderling overleg tot aanpassing van de zorgregeling te komen.

De Rechtbank verbaasde zich hier over en noemde de geschilpunten “ondergeschikt”. Er volgde een veroordeling in de proceskosten voor 3/4e deel.

De vrouw is in hoger beroep gegaan bij het Hof in Den Bosch. Het Hof heeft de beslissing van de Rechtbank vernietigd.

Het hof

Het hof overweegt in haar uitspraak het volgende:

“In zaken tussen ex-partners wordt in het algemeen besloten tot compensatie van kosten, hetgeen inhoudt dat iedere partij de eigen kosten dient te dragen. De gedachte daarachter is dat de afwikkeling van een scheiding en al wat daarmee samenhangt dikwijls gepaard gaat met persoonlijke en inter-relationele moeilijkheden. De redelijkheid en billijkheid brengen met zich mee dat niet te snel tot een kostenveroordeling van een der partijen wordt overgegaan. Een zakelijk “gelijk” van de een op een of meerdere onderdelen van de rechtsstrijd tussen partijen betekent immers niet zonder meer dat de ander, de aard van de geschilpunten in aanmerking genomen, de zaak zonder behoorlijke gronden aanhangig heeft gemaakt. Die gronden kunnen deels liggen in de emotionele geladenheid van de problematiek. De rechter in familierechtelijke aangelegenheden zou zijn taak miskennen, indien hij uitsluitend toegankelijk zou zijn voor een zakelijke en juridische argumentatie.

De noodzakelijke terughoudendheid van de rechter wordt ook ingegeven door de overweging dat partijen in vele gevallen nog met elkaar verder moeten, in onderhavig geval als de ouders van [minderjarige dochter]. Een kostenveroordeling (grotendeels) ten laste van de een ten gunste van de ander kan de verdere relatie belasten, nu deze veroordeling als prestigewinst kan worden opgevat.

Ook in familierechtelijke zaken kunnen zich echter gevallen voordoen waarbij het juist in strijd is met de redelijkheid en billijkheid om de proceskosten te compenseren. Wil sprake zijn van een dergelijke situatie, dan dient zeer evident sprake te zijn van het nodeloos in rechte betrekken van de wederpartij. Naar het oordeel van het hof is hiervan niet althans onvoldoende sprake.

Artikel 1:377 e van het Burgerlijk Wetboek (BW) geeft de rechter op verzoek van (een van) de ouders de mogelijkheid op grond van gewijzigde omstandigheden een in kracht van gewijsde gegane beschikking danwel een tussen de ouders zelf overeengekomen zorgregeling te wijzigen. De wet bevat geen afzonderlijke criteria voor een inhoudelijke wijziging van de bestaande zorgregeling of eerdere omgangsbeslissing. Een dergelijke wijziging kan betrekking hebben op de wijze van omgang, bijvoorbeeld de frequentie of de duur daarvan. De vrouw heeft een wijziging verzocht ten aanzien van de duur van de zorgregeling. Noch voorafgaand aan noch tijdens de zitting in eerste aanleg zijn partijen over de resterende geschilpunten nader tot elkaar gekomen, hetgeen beide partijen aan te rekenen valt en niet slechts de vrouw. De rechtbank heeft bij de bestreden beschikking de bestaande zorgregeling gewijzigd. De rechtbank heeft de vrouw dan ook ontvankelijk geacht in haar verzoek en heeft op dit verzoek inhoudelijk beslist. Dat het uiteindelijke beslispunt van de rechtbank mogelijk slechts een minimale omvang lijkt te hebben, neemt niet weg dat dit punt in de relatie tussen partijen en in de relatie met hun kind van wezenlijk belang kan zijn. Er kan naar het oordeel van het hof dan ook niet geoordeeld worden dat sprake is van nodeloos of lichtvaardig procederen. Het feit dat de man geen toegang heeft tot de gefinancierde rechtsbijstand maakt eveneens niet dat er strijd is met de redelijkheid en billijkheid.

Uit de stukken blijkt dat partijen reeds geruime tijd niet in staat zijn om met elkaar te communiceren, ook niet over hun dochter [minderjarige dochter].

Temeer nu de onderlinge verhouding tussen partijen al onder spanning staat, draagt een ambtshalve proceskostenveroordeling zeker niet bij aan een verbetering van deze verstandhouding en terughoudendheid is naar het oordeel van het hof dan ook geboden”

Familiezaken

In familiezaken is het uitgangspunt dat de proceskosten worden gecompenseerd. Het Hof heeft helder uiteengezet dat een afwijking slechts plaats vindt als het in strijd is met de redelijkheid en billijkheid om de proceskosten te compenseren. Wil sprake zijn van een dergelijke situatie, dan dient zeer evident sprake te zijn van het nodeloos in rechte betrekken van de wederpartij.

De uitspraak van het Hof is gepubliceerd op www.rechtspraak.nl. Vindplaats: LJN: BV8184, Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch , HV 200.093.187.

Irma thoenes, 13 maart 2012 

kussens kantoor irma thoenes
Heeft u vragen?