Wetsvoorstel beperking wettelijke gemeenschap van goederen aangenomen

De Eerste Kamer heeft op dinsdag 28 maart 2017 het initiatief voorstel Beperking wettelijke gemeenschap van goederen met de kleinst mogelijke meerderheid aangenomen.
Het initiatiefvoorstel betekent een wijziging van het huidige basisstelsel De datum van inwerkingtreding van het wetsvoorstel wordt door het ministerie van Veiligheid en Justitie bepaald en is nog niet bekend.

Uitsluiting voorhuwelijks vermogen, giften en erfrechtelijke verkrijgingen

Door de nieuwe wet wordt het standaard huwelijksgoederenstelsel, inhoudende een (vrijwel) alles omvattende gemeenschap van goederen, op bepaalde punten ingrijpend gewijzigd. Het nieuwe uitgangspunt is een beperkte gemeenschap van goederen.
Alle goederen die de echtgenoten krachtens erfopvolging of gift gedurende het huwelijk verkrijgen, vallen niet in de huwelijks gemeenschap, tenzij de erflater / schenker bepaalt dat de goederen wél in de gemeenschap vallen (een zogenaamde “insluitingsclausule”). Ook goederen die de echtgenoten reeds vóór het huwelijk hadden, vallen niet in de gemeenschap. Daarbij wordt een uitzondering gemaakt voor goederen, die de echtgenoten al voor het huwelijk in gezamenlijk eigendom hadden. Hetzelfde geldt voor voorhuwelijkse schulden: deze schulden blijven privé, tenzij de schulden vóór het huwelijk ook al gemeenschappelijk waren.

Administratie
Een punt van kritiek op dit stelsel was, dat het (nog meer) van belang is dat echtgenoten een goede administratie bijhouden. Zo is het van belang dat echtgenoten vastleggen wie welke goederen en schulden reeds voor het huwelijk had. Indien de echtgenoten dit niet vastleggen en bij echtscheiding een discussie ontstaat over de vraag aan wie van hen beiden een goed toebehoort, is in de wet een bewijsvermoeden opgenomen dat het goed tot de huwelijksgemeenschap behoort.

Onderneming

Uit het voorgaande vloeit voort dat indien een van de echtgenoten reeds voor het huwelijk een onderneming bezat, deze onderneming niet in de huwelijksgemeenschap valt. De andere echtgenoot blijft in dat geval echter niet geheel met lege handen staan. De nieuwe wet bepaalt dat indien een onderneming buiten de gemeenschap valt, een redelijke vergoeding aan de huwelijksgemeenschap dient te worden betaald voor de daarin gewerkte uren (“kennis, vaardigheden en arbeid, die een echtgenoot ten behoeve van die onderneming heeft aangewend”, aldus de wet), voor zover een dergelijke vergoeding niet al op andere wijze ten gunste van de echtgenoten is gekomen. Kortom, de arbeidsinkomsten komen op die manier gedurende het huwelijk wél ten goede aan de gemeenschap.

Schulden

Tot slot is een belangrijke wijziging dat indien een echtgenoot een privéschuld heeft die niet in de huwelijksgemeenschap valt, de schuldeiser zich desalniettemin kan verhalen op de helft van de opbrengst van een goed dat wél tot de huwelijksgemeenschap behoort. De andere helft komt dan toe aan de andere echtgenoot en behoort vanaf dat moment tot diens privévermogen.

Conclusie
De wettelijke gemeenschap van goederen wordt ingrijpend gewijzigd. Deze nieuwe wet zal enkel van toepassing zijn op huwelijken gesloten na de (nog vast te stellen) invoeringsdatum. Partijen kunnen (net als voorheen) van dit stelsel afwijken door het opstellen van huwelijkse voorwaarden.

kussens kantoor irma thoenes
Heeft u vragen?